Berichten

Zomaar een zomeravond in augustus

In lange banen lag het gras donkergroen te drogen op een helgroene ondergrond. Die geur van gemaaid gras, hoe omschrijf je die? Overal gromden de combines om het gras binnen te halen.


Achter de stal van een boerderij dook een rood frame op in de vorm van een huis. Ik fietste de weg af, de lage zon achter me, onder een poort van oude eiken.

Verderop zag ik grote machines achter de bomen. Of nee, waar waren de bomen!
Mijn fiets liet ik tegen het paaltje naast de greppel. De ingang van het natuurgebied zag eruit alsof er een ramp had plaatsgevonden. Een paar dagen geleden nog een idyllisch graspad, geflankeerd door bomen en struiken langs een ruig veld vol bloemen, was alles nu kaal, op enkele hoge stammen na. Uitgekleed, platgeragd. Achter twee grote bosbouwvoertuigen doemde een lange heuvel op van houtsnippers. Er stegen rookpluimpjes uit op. Het broeide al. Twee jonge mannen in overall namen luid roepend trotse foto’s van de kaalslag en elkaar.


Het pad bleek aan alle kanten geblokkeerd met schrikdraad. Het voetgangershek was vastgezet. Een van de mannen deed het hek voor me open en dicht, daarna reden ze samen weg met een vracht houtsnippers.

Aan het eind van de kaalslag was het pad ook afgesloten. Nadat ik de handgreep met het schrikdraad had losgemaakt en weer vast, wandelde ik rechtsaf langs de grove rijsporen van de boswerkers, die tot ver langs de bosrand voerden. ‘Maar het wordt vast heel mooi’, zei ik tegen mezelf, ‘over een jaar of drie’.

Waar het pad linksaf buigt en daarna rondom over de Pingoruïne voert, was de uitgang afgezet met roodwit plastic lint en de mededeling: “wegens wekzaamheden geen toegang”. Om de wandeling te vervolgen, werd een omweg voorgesteld. Ik stond aan de verkeerde kant van het lint en volgde een alternatieve route: het koeienpad langs de greppel tot aan een houtwal waar de zwarte oerrunderen altijd tegen de stammen schuren. Daar was alles nog als vanouds. In het gras zag ik plotseling overal Grote Parasolhoeden! Ik kon mijn geluk niet op!


Op de terugweg liep ik door het bos naar het pad rond de plas. Vandaar naar de andere uitgang om de voorgestelde omweg te nemen terug naar mijn fiets. Een ree stond stil te grazen. Toen hij mijn camera hoorde ging hij ervandoor. De pinken in de wei kwamen op een holletje naar me toe en renden toen holderderbolder naar de boerderij. Achter de fruitbomen zong iemand. Het was een mooie avond.
P1340454

Advertenties

Gelaagd

In bijna elke recensie en elke beschrijvende tekst over beeldende kunst valt mij het gebruik, te pas en te onpas, van het woord gelaagd op. Gaat het over werk dat in laagjes is opgebouwd? Zoals dik over dun, zoals ik ooit geleerd heb met olieverf om te gaan? Of grafiek in zes drukgangen?

Of worden hier betekenislagen bedoeld, zoals in de literatuur: “onder haar uitbundigheid verbergt ze een groot verdriet”? In de beschrijving wordt dat zelden duidelijk. Wij moeten er maar vanuit gaan, als lezers, dat het werk niet eendimensionaal is, lijkt het. Niet: ‘what you see is what you get’ maar ‘als je twee keer kijkt, zie je meer’, ofwel: het werk betekent meer dan je op het eerste gezicht waarneemt, er zitten diepere lagen onder de oppervlakte. Wat daar dan zit, blijft onbenoemd. Raadselachtig.

Een ander opvallend fenomeen is dat de ‘platte’ kunst voor aan de muur steeds dikker wordt. Een hoogglanzende bolle kleurschil bedekt een onderliggende dikke stapel hout of papier (met weet-ik-wat-voor mislukte schetsen erop?). Dat kun je letterlijk ‘gelaagd’ noemen. Net als laag-bij-de-grondse producten als multiplex, autoruiten of gefineerd hout.

Ik vraag me twee dingen af. Zijn er altijd meerdere onderliggende betekenissen in een werk? En als dat zo is, moet dat dan bij elk kunstwerk bestempeld worden als ‘gelaagd’, zonder te verklaren waaruit die lagen bestaan? Zo langzamerhand krijg ik een hekel aan het woord en vooral aan de gemakzucht van schrijvers over kunst die dit woord gebruiken als een soort kwaliteitssticker, zo van: ‘dit is goede kunst, het is gelaagd!

Daarom een oproep aan collega-schrijvers over kunst: ga met een boog heen om dit inmiddels tot cliché geworden begrip en probeer alsjeblieft zo precies mogelijk te beschrijven wat je ziet.

Dank je.

Een stukje Toscane

We verkennen Lucca door een omtrekkende beweging, letterlijk een wandeling om het Middeleeuwse centrum heen over de stadsmuren.

Op dag twee volgen we het oude aquaduct van de stadsrand tot aan de bronnen en beklimmen we tot slot de Torre Guinigi, bovenop gekroond met steeneiken.

Zaterdag naar Florence. De Dom is overweldigend, al vanuit de verte. We zijn met veel teveel (toeristen) op deze mooie dag en we lopen elkaar in de weg. Achterlangs de hoogtepunten voel ik me meer thuis.

Zondag blijkt wasdag in Lucca. Of is het window-dressing?

Botanische inspiratie.

Ornamentiek,  symboliek en stijl.

En dan dat licht…