Van 1977 tot 1982 volgde ik de opleiding Tekenen en schilderen / grafiek aan de koninklijke academie van beeldende kunsten KABK te Den Haag. Indertijd een wat ouderwetse, degelijke opleiding met veel tekenen naar de waarneming. Stilleven, model- en koptekenen. Ik kan me nog goed herinneren dat ik opeens met houtskool moest tekenen, op grote vellen. En snel: in een lesuur gingen er regelmatig minstens tien vellen papier doorheen.

Bijna alle leraren waren oud. De lerares kunstgeschiedenis, mevrouw Jacometti, leek zelf wel uit de prehistorie te komen met haar deels zelfverzonnen theoriën over omvallende beschavingen en Ethiopische ‘broodhoofden’ en had het altijd koud. Bij leraar schilderen meneer Winkel begonnen we met zwart en wit en een stilleven dat bestond uit een witgeschilderd melkpak. Pas later mochten we kleur gebruiken, te beginnen met oker ‘voor de hoge lichten’. Ik hoor hem nog herhalen: ‘dun, dun, dun’… Dan hadden we nog vlakke vormstudie, ruimtelijke vormstudie, perspectief, technisch tekenen en letters.

Omdat het personeelsbestand tamelijk vergrijst was gingen er gedurende mijn studietijd heel wat leraren met pensioen. Ze werden opgevolgd door moderne kunstenaars als Krijn Giezen en Sjef Henderix, die ons lieten kennismaken met hedendaagse kunst en conceptueel denken. De eerste opdracht bij Krijn Giezen was: ‘tast het gebouw aan’. Het gebouw, dat was het gebouw aan de Prinsessengracht.

In 1938 werd op de plaats van de oude tempel een nieuw academiegebouw voltooid dat geheel in aansluiting bij het nieuwe onderwijs een monument is van modernisme, ontworpen door Plantenga, Buijs en Lürsen.

Informatie: website KABK

Krijn moest, naar hij ons vertelde, op het matje komen omdat het gebouw van hogerhand NIET aangetast mocht worden. Wel mochten we dingen in de gangen ophangen…

Tegenwoordig voel ik als ik in het academiegebouw kom een heel andere sfeer. Ik zou er nú wel willen studeren.


<< Beeldend werk

1982-2001

Advertenties