Scheppen

Vier keer 16 kinderen uit groep 5 en 6 op CBS de Opdracht in Ureterp. Op vrijdagmiddag, van 13:15 tot 14:45.

De verrassing

De eerste keer, 9 januari. De kinderen hebben zich ingeschreven voor ‘de verrassing’. Dat blijkt mijn les te zijn. Ik voel me niet zo geschikt, om als verrassing dienst te doen. Volgens mij ben ik een beetje saai.

Ik verwachtte kinderen die gemotiveerd waren voor beeldende lessen maar deze groep heeft meer zin in buitenactiviteiten. Het stormt buiten. De kinderen zijn heel druk en luisteren half. Het lokaal is een heerlijk leeg speellokaal, maar het galmt wel en nodigt uit tot rennen en op de grond liggen.

Ik heb een doorgeef-collage-spel bedacht waardoor iedereen vanzelf stukken papier ontvangt van verschillende vorm, kleur en formaat. Halverwege vragen ze wat we ‘het tweede uur’ gaan doen. Nou… zeg ik… we gaan hiermee door. Ze protesteren. Gewoonlijk vindt na drie kwartier een wisseling plaats. Mij is gevraagd anderhalf uur les te geven. Daar ben ik blij mee, volgens mij is 45 minuten te kort om echt lekker door te werken. Zij moeten erg wennen aan zoveel tijd, ze zijn ingesteld op die 45 minuten: een opdracht krijgen, meteen beslissen wat je gaat maken, snel werken en klaar. Langer vinden ze saai.

collageIntussen hebben ze met hun gekleurde vormen een compositie gemaakt en vastgeplakt. Waar lijkt het op? Een taart, zee, een gezicht? Deze associatie gaan ze versterken door in de collage te tekenen met kleurpotlood en viltstift. Ik vraag van de kinderen dat ze zich concentreren en hun plan helemaal uitwerken. Maar wat is dat moeilijk als je je werk zelf wel mooi genoeg vindt, en het zo’n lawaai maakt als iedereen praat en het buiten stormt en vooral als het vrijdagmiddag is.

Experimenteren en fantaseren

De tweede keer. Het is rustig weer en de kinderen zijn ook rustig. Ze hebben gemerkt dat de galm beter te verdragen is als ze zachtjes praten. Ik heb vier grote vellen klaargelegd en veel verf en water op de tafels gezet. Nadat ik heb laten zien hoe druppels verf in water vervloeien, willen ze allemaal graag vlekken maken. Ze vinden uit dat je twee kleuren tegelijk aan je kwast kunt doen, dat de verf dan in het midden mengt. En dat een druppel die je gooit een interessante vorm krijgt. Ze zijn een hele tijd aan het experimenteren. Dan laten we de verf drogen in de zon, in afwachting van het vervolg, want we gaan er nog aan verder werken.

Op kleiner papier maken we ook vlekken, maar deze vouwen we dubbel zodat een symmetrisch beeld ontstaat. Lijkt het op het een gezicht? Een insect? Een monster?

het begin van de schepping0

Terwijl de vlekken drogen tekenen we met viltstift ogen op een groot vel papier. Verschillende kinderen hebben daar al een strak concept voor ontwikkeld waar ze eigenlijk niet vanaf willen wijken. Door allemaal op hetzelfde papier te werken probeer ik hun repertoire uit te breiden. De verf blijft lang nat, dus gaan ze door met neuzen, monden en oren en daarna allerlei gezichten, samen op hetzelfde papier of een kleiner voor jezelf alleen.

We gaan om de grote vellen met verfvlekken op de grond zitten. Met een variant op het spelletje ‘ik zie ik zie wat jij niet ziet’ zoeken we dieren, mensen en dingen in de vlekken.

Het scheppingsverhaal

We gaan rustig in een kring om de grote vellen met verfvlekken van de vorige keer zitten. Ik vertel dat ze me op een of andere manier doen denken aan het scheppingsverhaal. Kennen de kinderen dat? Ze kijken me verwachtingsvol aan: ‘bedoel je, toen God de wereld maakte?’ Ik vraag of ze weten hoe het begon: ‘in het begin was er niets’. Ik vraag: ‘wat is niets? Kun je het je voorstellen?’ ‘Donker’, ‘zwart’, ‘leeg’ ‘doorzichtig’ ‘je ziet niks’ ‘je voelt ook niks’ en tenslotte: ‘je bent er zelf niet, dus…’

het begin van de schepping2

‘En dan’ zeg ik ‘is er wel iets. Het begin van de wereld. Hoe zou dat eruit hebben gezien?’ De kinderen wisselen geïnteresseerd ideeën uit. Ze willen allemaal wel iets zeggen: ‘het heelal?’ ‘Misschien wel bacteriën?’ ‘Vroeger waren mensen niet zoals nu, ik weet hoe mensen ontstaan zijn’. ‘We weten het niet want we waren er niet bij, er waren nog geen mensen. Maar in de Bijbel staat hoe het gegaan kan zijn’. In het filosofische gesprek komen flarden Bijbel samen met de evolutietheorie. Hannah stelt voor de volgende les haar kinderbijbel mee te nemen: ‘ik heb een hele mooie’ zodat we het scheppingsverhaal kunnen nalezen en erover tekenen.

In de vlekken zoeken de kinderen naar ‘leven’ dat ze kunnen tekenen. Ze vinden veel dieren, vaak waterdieren. Ze tekenen ze ‘af’ met viltstiften. Vaak is het al genoeg om oogjes in een vlek te maken, soms is een lijn nodig of meer details. Soms verschijnt er een gezicht.

'3D' tekenen in groep 5-6

Na een uur is de concentratie op. Enkele kinderen hebben gevraagd of ik ze wil leren hoe ze ‘3D’ kunnen tekenen. Dat doe ik, zo eenvoudig mogelijk. Dan vraagt Boaz of ik kan uitleggen ‘hoe je Lego tekent’. Ik teken hardop pratend een Lego- motor na. Daarna tekenen de kinderen voor zichzelf wat ze graag willen: Lego-voertuigen, letters, een kamer, dieren, een tank.

het begin van de schepping-1

Sneeuw!

Eigenlijk heb ik bedacht met houtskool het Bijbelse scheppingsverhaal te gaan tekenen. Dag een tot en met dag zes. Maar die ochtend is alles wit en schijnt de zon. Bovendien is Hannah ziek en is er dus ook geen mooie kinderbijbel om voor te lezen. Ik kies voor de sneeuw.

Naamloos-1

Opnieuw is de groep druk en verschillende kinderen willen graag naar buiten. De sneeuw is goeddeels gesmolten, maar de zon schijnt zo heerlijk. Ik begrijp het wel. Maar we gaan tóch tekenen. De sneeuw, ‘vanmorgen toen je buiten kwam’. Met houtskool op wit of met wit krijt en kleurpotlood op zwart. Ik laat zien hoe je een vorm rond kunt laten lijken door de houtskool ietsje uit te vegen, en hoe je lichte delen naar voren kan laten komen. De concentratie is niet optimaal.

Als laatste tekenen ze, heel rustig, tegenover elkaar een ‘blind’ portret.

sneeuw

Advertenties