De knik

Voor de Tekenskoalle coach ik leerkrachten. Gisteren was ik bij Baukje in groep 4.

Zij had een les uit ‘Moet je Doen – Beeldend’ aangepast aan de tijd van het jaar. Voor de tekenles hebben de kinderen, in plaats van in de gymzaal, op het speelplein gespeeld. Voetbal, tennis, touwtjespringen en knikkeren. Ze kregen de opdracht mee om te kijken naar houdingen. In het klaslokaal lieten enkele kinderen in slow-motion zien hoe ze bewogen tijdens het spel. Baukje vroeg: ‘wat zie je van dit kind?’ En: ‘wat van hem kunnen we niet zien?’ De leerlingen reageerden: ‘je ziet hem van opzij’, ‘als hij tegen de bal schopt zie je hem van de achterkant’. Baukje: ‘Hoe kun je zien dat zij touwtje springt?’ ‘Ze heeft haar armen wijd’. Baukje liet de kinderen benoemen waar de gewrichten, ‘knik’ zat in de armen en benen. ‘Daarop moet je letten bij het tekenen!’

De leerlingen maakten ‘proeftekeningen’ op kleine papiertjes, waarna ze de spelende kinderen groter tekenden met wasco. De meeste kinderen konden hun waarnemingen van zonet nog niet goed vertalen naar hun tekening, de figuurtjes bleven vrij statisch. ‘De knik’ zagen ze wel, maar konden ze nog niet toepassen. Het kost tijd en veel kleine stapjes om nieuwe inzichten te verwerken in je systeem. Een uurtje tekenles is daarvoor niet genoeg. Gelukkig krijgt de klas van Baukje veel ruimte om zich beeldend te ontwikkelen.

Baukjes groep 4De spelende figuurtjes werden uitgeknipt en bij elkaar op grote grijze vellen geplakt. De grootste onderaan, op de voorgrond, de kleinste bovenaan. Zo ontstaat perspectief. Dat begreep bijna de hele klas.

Donderdag werken ze er aan verder. Ik ben er dan niet bij. Jammer, want ik ben heel benieuwd hoe het eruit gaat zien met de details en de omgeving.

Advertenties