Mosterd zonder maalTIJD

Niet geplaatst in de Leeuwarder Courant:

Stilstaan bij de tijd

Door Sandra Bos

,,How time flies.’’ Deze uitspraak van Stan Laurel in de film ‘Block Heads’ slaat op bijna alle werken in de expositie ‘Tijd’ in het Batavushuisje in Nijeholtwolde. Waar de kijker eigenlijk langs de serie prints van Birgit Speulman moet ‘vliegen’, nodigt Martin de Jong hem uit om de tijd te nemen om twee huizen uit zijn jeugd te zien in een van papieren stroken gevlochten werkje. Initiator Sigrid Hamelink zelf is vooral geïnteresseerd in vertraagde tijd.

Hamelink daagde zes kunstenaars uit om iets te doen met het gegeven ‘tijd’. ,,Het idee over tijd duikt elke keer weer op’’, zegt Hamelink. ,,Sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw zijn de ontwikkelingen heel snel gegaan. Daarmee is ons besef van tijd heel erg veranderd. Ondertussen bestaan de langzaam veranderende processen, zoals die in de natuur, ook nog.’’ Het resultaat is een expositie waarin de deelnemers ieder hun eigen stempel op de tijd drukken, en die zeker naar meer smaakt.

In het Batavushuisje kan de bezoeker stilstaan bij de tijd. Birgit Speulman, Gerlinde Habekotté, Jacomijn Schellevis, Marcel Prins, Martin de Jong en Sjaak Kaashoek delen hier hun eigen tijdsbeleving. In aanzetten, schetsen, voor een nieuw, groter kunstwerk en in werken waarmee de tijd nog wat te verhapstukken heeft tot ze op zijn.

Een aanzet voor iets groters zijn de prints van Birgit Speulman. Speulman legt iets vast wat haast niet vast te leggen is: dat wat je ziet als je in de auto met hoge snelheid langs een rij bomen rijdt. De stammen flitsen aan je voorbij als in een zoötroop, een draaiende cilinder met sleuven die plaatjes optisch laat bewegen, een voorloper van de animatiefilm. De losse prints hangen dicht opeen aan de wand, in een montage zijn de beelden na elkaar te zien. Het zijn ritmische gelaagde afbeeldingen die zelfs als statische plaatjes iets monumentaals in zich dragen. 

Een blikvanger is de levensgrote zwaan van Jacomijn Schellevis. Deze bestaat uit 830 kaarsen. Van een afstandje zie je een dode zwaan op de grond liggen, zo levensecht ziet het eruit. Schellevis houdt zich in haar werk bezig met de dood en vergankelijkheid en laat zich daarbij inspireren door de voorchristelijke dodencultus in Mexico. Zo zijn er van haar ook afdrukken te zien van dode vogels. Het afdrukken van de dode dieren is voor Schellevis zelf een dodenritueel. Met de kaarsenzwaan wil zij de vorm van de zwaan bewaren in een rituele handeling, die herinnert aan de tijdelijkheid van alles.

Een andere blikvanger is de ‘fiets’ van Gerlinde Habekotté. Habekotté erfde de fiets van haar oma in Oostenrijk en bewerkte hem, met een knipoog naar de ‘Do it yourself’-cultuur, tot een fiets waarmee je hooipakketjes kunt persen. Zo verenigt zij nostalgie naar haar eigen jeugd met het huidige mondiale vraagstuk over de omgang met de natuur en het verlangen naar autonomie in een Dogtroep-achtig kunstwerk, dat net als enkele andere objecten in de expositieruimte, een glimlach oproept.

De tentoonstelling is alweer voorbij, “how time flies”. Zo zag het eruit: Zoötroop

Advertenties